Op 2e Pinksterdag is het dan zover. Ik neem deel aan de fietselfstedentocht, een tocht van 235 kilometer langs de wel bekende elfsteden in Friesland. Eerst zal ik even vertellen wie ik ben. Mijn naam is Kees Remie, 34 jaar en gebiedsontwikkelaar in Rijssen. Toen ik vorig jaar begon met werken bij gebiedsontwikkeling heb ik aangegeven in de zomer te willen gaan wielrennen, dit omdat het volleybal seizoen dan stil ligt. Zo is het er toe gekomen, na wat aandringen van mijn schoonvader, dat ik mij heb ingeschreven voor de fiets Elfstedentocht. Een tocht die al voor de 105e keer werd georganiseerd, waar 15000 fietsers aan mee doen en waar alle dorpen waar de tocht doorheen komt voor uit lopen.

Na eerst uitgeloot te zijn kreeg ik bericht van mijn zwager dat hij een extra inschrijfkaart had en ik toch mee kon doen. Dacht ik er eerst onderuit te komen moest ik toch maar de daad bij het woord voegen.

Om toch een beetje goed voor de dag te komen ben ik vol goede moed vanaf maart twee tot drie keer per week op de fiets geklommen om wat kilometers in de benen te krijgen. Uiteindelijk niet de kilometers in de benen die mijn mede fietsers in de benen hadden, drie 60 plussers met iets meer vrije tijd om te fietsen, maar wel vol vertrouwen om de tocht tot een goed einde te brengen.

De dag voor de tocht ben ik richting Friesland gereden en heb mijn tentje en spullen neergezet naast de camper van mijn schoonouders. Daarna een klein rondje gefietst en even het terras opgezocht in het dorp. Vervolgens was het op tijd gaan slapen want de wekker ging alweer om vijf uur, de starttijd van de groep waarin ik mocht starten was namelijk kwart over zes. Nou daar ging de wekker, puf 5 uur, nou opstaan dus maar. Opfrissen, aankleden en even ontbijten, alle spullen gereedmaken en op naar Bolsward waar de tocht begint, dit was nog een kleine zes kilometer fietsen. Daar aangekomen waren we inmiddels met zijn vieren en hadden er allemaal veel zin, dit was mijn eerste fiets Elfstedentocht maar voor de andere was dit de 6e, 14e en 18e keer dus ik had genoeg ervaring om mij heen. Om kwart voor zeven hadden we de eerste stempel binnen en konden we op weg om de eerste lus van 140 kilometer te maken. Deze liep via Harlingen, Franeker naar Dokkum en ging vanuit Dokkum via Leeuwarden weer terug naar Bolsward. Het stuk van Leeuwarden naar Bolsward, een etappe van 35 kilometer was het zwaarste stuk van de tocht met de wind vol van voren. In Bolsward stond gelukkig een heerlijke warme maaltijd voor ons klaar om weer de nodige energie te krijgen om zo de laatste lus van 95 kilometer goed te kunnen volbrengen. Daar gingen we weer voor de laatste lus, deze ging via Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindelopen en Workum weer naar Bolsward. Met toch al 140 kilometer in de benen, meer dan ik ooit achter elkaar had gereden, gingen de 95 kilometer die we nog te gaan bijzonder goed. We hadden minder last van de wind en de etappes waren minder lang zodat we vaker een rustmoment hadden. Na om kwart voor zeven gestart te zijn kwamen we dan om kwart voor zes aan in Bolsward en konden we onze stempelkaart inleveren en het bijbehorende medaille in ontvangst nemen.

Mocht je van fietsen houden is dit zeker een dikke aanrader!